Mirjam Barkmeijer

De RIV-toets: een knelpunt in de praktijk

De Wet Poortwachter beoogt werknemers duurzaam te begeleiden richting passende arbeid. Een belangrijk instrument daarbij is de RIV-toets, waarmee het UWV beoordeelt of werkgever en werknemer zich voldoende hebben ingespannen. In de uitvoeringspraktijk zie ik echter dat deze toetsing — met name binnen spoor 2 — steeds vaker wordt ingevuld aan de hand van zichtbare en aantoonbare acties.

Die behoefte aan zichtbaarheid is begrijpelijk. Tegelijk roept de huidige praktijk vragen op over realisme, proportionaliteit en aansluiting bij het herstelproces van werknemers. Vanuit mijn dagelijkse praktijk als zelfstandig professional in spoor 2 wil ik daarom een inhoudelijke uitnodiging doen tot herbezinning.

Niet als aanklacht, maar vanuit betrokkenheid bij de bedoeling van de wet.

Spoor 1 en spoor 2: een wezenlijk verschil

Binnen spoor 1 vindt re-integratie plaats bij de eigen werkgever. Werkzaamheden en aanpassingen kunnen daar vaak direct worden afgestemd op de actuele belastbaarheid van de werknemer.

Spoor 2 is fundamenteel anders. Het betreft externe re-integratie, veelal terwijl herstel nog gaande is. Juist hier vraagt de uitvoering om maatwerk, timing en zorgvuldige opbouw. In de huidige toetsingspraktijk zie ik dat dit onderscheid onvoldoende wordt meegenomen.

Inspanningsverplichting vs. invulling in de praktijk

De Wet Poortwachter schrijft een inspanningsverplichting voor aan werkgever en werknemer om te komen tot passende arbeid. Wat de wet echter niet expliciet voorschrijft, is hoe die inspanning precies moet worden ingevuld.

Met name het structureel en aantoonbaar solliciteren — zoals dat in de praktijk vaak wordt gevraagd — is als zodanig niet verankerd in de wet. Deze invulling is in de uitvoeringspraktijk ontstaan, maar wordt steeds vaker als norm gehanteerd.

Daardoor dreigt het onderscheid te vervagen tussen de verplichting om inspanning te leveren en één specifieke vorm daarvan.

two women talking while looking at laptop computer

Wanneer aantoonbaar niet gelijk staat aan inhoudelijk

Natuurlijk moet zichtbaar zijn welke stappen worden gezet. Transparantie en onderbouwing zijn essentieel. Maar aantoonbaarheid is niet automatisch gelijk aan inhoudelijke waarde.

In mijn praktijk zie ik situaties waarin werknemers — bijvoorbeeld herstellende van kanker of met ernstige energetische beperkingen — worden geacht te solliciteren terwijl zij slechts twee tot vier uur per week inzetbaar zijn. Iedereen weet dat deze sollicitaties op dat moment geen reële kans van slagen hebben, maar ze worden toch verricht “voor het dossier”.

Dat schuurt. Niet alleen omdat dit energie kost die nodig is voor herstel, maar ook omdat het afbreuk doet aan het doel van spoor 2: het zorgvuldig onderzoeken van duurzame mogelijkheden op de arbeidsmarkt.

Psychologische druk als onderschatte factor

Verplicht solliciteren brengt voor veel werknemers aanzienlijke mentale druk met zich mee. Solliciteren voelt zelden neutraal; het raakt aan onzekerheid, afwijzing en zelfbeeld — zeker wanneer iemand zich nog in een herstelproces bevindt.

Binnen mijn begeleiding besteed ik hier expliciet aandacht aan. Ik help werknemers om deze verplichting in perspectief te plaatsen, zodat stress en spanning afnemen. Wanneer rust ontstaat, komt er ruimte voor herstel en realistische oriëntatie op arbeid. Dat is geen vertraging, maar een noodzakelijke voorwaarde voor duurzame re-integratie.

Man with dreadlocks holding head at desk with laptop

Wanneer druk het doel van de Wet Poortwachter ondermijnt

De Wet Poortwachter en spoor 2 zijn gericht op duurzame terugkeer naar arbeid, passend bij de mogelijkheden van de werknemer. Wanneer de uitvoering te sterk wordt gestuurd door druk en verplichtingen die onvoldoende aansluiten bij het herstelproces, komt juist dat doel in gevaar.

Als werknemers langdurig onder spanning staan, ontstaat er minder ruimte voor herstel en opbouw. Daarmee neemt de kans toe dat het beoogde resultaat — duurzame uitstroom naar passend werk — niet wordt bereikt. Mijn ervaring is dat wanneer rust en perspectief terugkeren, de kans op herstel en uiteindelijk op duurzame arbeid aanzienlijk toeneemt.

Spoor 1 of spoor 2: het gaat om de duurzame oplossing

In mijn begeleiding maak ik richting werknemers expliciet dat het UWV geen voorkeur heeft voor waar de duurzame oplossing wordt gevonden. Of die oplossing binnen spoor 1 of via spoor 2 tot stand komt, is op zichzelf niet bepalend.

Wat telt, is dát er wordt toegewerkt naar een duurzame uitkomst die past bij de belastbaarheid van de werknemer. Dit besef haalt vaak veel druk weg en maakt van spoor 2 een onderzoekend proces in plaats van een afrekenmoment. Tegelijk vraagt dit om het zorgvuldig schetsen van randvoorwaarden, zodat beide sporen reëel en effectief kunnen worden ingezet.

Mijn werkwijze binnen spoor 2

In mijn uitvoering werk ik bewust zoals de wet bedoeld is: gericht op duurzame mogelijkheden, niet op het afvinken van verplichtingen.

Ik kijk integraal naar:

  • lopende medische of psychosociale begeleiding;
  • de belasting vanuit spoor 1;
  • de actuele belastbaarheid op weekbasis.

Vanuit dat totaalbeeld werk ik met kleine, realistische stappen. Het doel is niet voldoen aan een lijst, maar onderzoeken wat wél en wat nog niet haalbaar is. Dat vraagt om vakkennis en afstemming, maar vergroot de kans op duurzame uitkomsten.

Persoonlijke effectiviteit als vast onderdeel

Begeleiding op persoonlijke effectiviteit vormt een vast onderdeel van mijn spoor-2-trajecten. Ik sta naast de werknemer in het proces van denken, voelen en het bewaken van grenzen — lichamelijk en mentaal.

Ik coach werknemers om onder woorden te brengen waar zij vastlopen en wat dit betekent richting werkgever en bedrijfsarts. Ter ondersteuning werk ik met reflectieve verslaglegging in de vorm van een dagboekachtige registratie. Dit helpt om tijdens gesprekken met de arbodienst concreet en onderbouwd input te leveren, wat de kwaliteit van medische en arbeidskundige afwegingen ten goede komt.

person holding ballpoint pen writing on notebook

Verslaglegging: inhoudelijk en AVG-proof

Deze werkwijze komt ook terug in mijn rapportages. In de verslaglegging leg ik — AVG-proof en zonder medische details — vast welke functionele signalen relevant zijn voor het re-integratieproces.

Juist deze informatie maakt het mogelijk om binnen spoor 2 gerichter te zoeken naar werkervaringsplaatsen die aansluiten bij randvoorwaarden zoals tempo, prikkelbelasting, autonomie en herstelmomenten. Zo wordt verslaglegging een inhoudelijk instrument in plaats van een administratieve verplichting.

Verschillende uitvoeringspraktijken binnen dezelfde wet

Naast mijn werk in spoor 2 heb ik een mantelovereenkomst met het UWV voor trajecten gericht op werkfitheid van uitkeringsgerechtigden. In situaties waarin werknemers ziek uit dienst gaan en terechtkomen in de WW-Ziektewet, wordt regelmatig een traject ingezet dat gericht is op herstel, belastbaarheid en perspectief.

Opvallend is dat binnen deze trajecten niet wordt gestuurd op het aanleveren van sollicitatielijsten. De inspanningsverplichting wordt daar ingevuld via passende stappen, afgestemd op het herstelproces. Deze praktijk laat zien dat de wet ruimte biedt voor een bredere, realistische invulling van inspanning.

Dat roept de vraag op waarom binnen spoor 2 vaak strikter wordt vastgehouden aan aantoonbaar solliciteren, terwijl dezelfde wet elders anders wordt toegepast.

Druk vanuit opdrachtgevers

Deze manier van werken is niet altijd vanzelfsprekend. Sommige opdrachtgevers vragen nadrukkelijk om lijsten met sollicitaties als bewijs van inspanning. Wanneer je daar als professional niet aan voldoet, kan er druk ontstaan.

Toch kies ik ervoor vast te houden aan een uitvoering die recht doet aan de bedoeling van de wet én aan de mens achter het dossier. Niet omdat aantallen onbelangrijk zijn, maar omdat inhoud, timing en haalbaarheid uiteindelijk bepalend zijn voor duurzame re-integratie.

Een spannende, maar noodzakelijke oproep

Ik vind het spannend om dit zo expliciet te benoemen. Het UWV is een grote organisatie en ik ben een zelfstandig professional, een eenpitter. Tegelijk spreek ik hier hardop uit wat ik in de praktijk vaak hoor bij re-integratiebedrijven, werkgevers en collega-professionals.

Juist omdat ik dagelijks werk in individuele trajecten, voel ik de verantwoordelijkheid om dit geluid te laten horen.

Een uitnodiging tot herbezinning

Mijn oproep aan het UWV is geen aanklacht, maar een uitnodiging: om zich opnieuw te buigen over de invulling van de RIV-toets binnen spoor 2.

Is het mogelijk om toetsing sterker te richten op realistische, inhoudelijke stappen — met oog voor belastbaarheid, timing en context — zonder het belang van zorgvuldige onderbouwing los te laten?

Ik geloof dat daar winst te behalen valt. Voor werknemers in herstel. Voor werkgevers die het zorgvuldig willen doen. En voor professionals die hun vak mensgericht en inhoudelijk willen uitoefenen.

Tot slot

Dit is geen pleidooi tegen toetsing.
Het is een pleidooi vóór realisme.
Voor inhoud boven vinkjes.
Voor duurzame re-integratie zoals de Wet Poortwachter die heeft bedoeld.

Een uitnodiging om opnieuw te kijken.


Interesse in een van onze diensten of advies op maat?


Ook interessant:

Laat een reactie achter:

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}
>
MIR Advies
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.